De klassieke ‘nummer tien’, de spelmaker vóór de middenvelders die de spits van voldoende toevoer moet voorzien. Vaak een lust voor het oog, maar met uitsterven bedreigd. De honger naar de sublieme assist is vaak groter dan de honger naar een simpel doelpunt. Een stylist pur sang die niet gemaakt is voor het vuile werk en voor het veroveren van de bal, maar een speler die altijd denkt vanuit balbezit. Een lofzang voor én een kritische blik op de voetballer Mesut Özil.
Slechts weinig spelers van de huidige generatie beschikken over zo’n fijngevoelige linkervoet als Mesut Özil. Opgegroeid bij Schalke 04, volwassen geworden bij Werder Bremen, doorgestoten tot de wereldtop bij Real Madrid en vervolgens langzaamaan weggezakt bij Arsenal. Zijn linkervoet had hem al die tijd niet in de steek gelaten, zijn overzicht op het veld evenmin. Hij kroonde zich meerdere jaren achter elkaar tot dé assistkoning op de Europese velden. Bij Werder Bremen was hij in 108 wedstrijden goed voor liefst 55 assists, in zijn eerste jaar bij Real Madrid was hij zeventien maal de aangever bij een doelpunt. Enkel Lionel Messi wist hem dat seizoen met achttien assists voor te blijven. Bij Arsenal gaf hij in het seizoen 2015/2016 negentien keer een beslissende pass, het hoogste aantal van alle Premier League-spelers. Na dat seizoen daalde de productie van Özil en daarmee ook zijn speeltijd. Het voormalige toptalent uit Gelsenkirchen bleef voetballen zoals hij altijd al had gedaan, terwijl de voetbalwereld om hem heen al jarenlang aan het veranderen was.
Voetballers worden meer en meer geacht een echte atleet te zijn. Fysiek meer dan bovengemiddeld, met de conditionele inhoud om negentig minuten lang intensieve arbeid te verrichten. De backs moeten naar voren kunnen blijven rennen, vleugelaanvallers moeten mee terug blijven verdedigen en de middenvelders moeten de hele wedstrijd lang op en neer blijven pendelen tussen de beide strafschopgebieden. Een voetbalwedstrijd transformeert meer en meer in een fysieke uitputtingsslag, waarbij de bal met de voeten mag worden gespeeld. Zeker in de Engelse Premier League, het toneel waarop Mesut Özil er minder en minder aan te pas komt. De middenvelder is niet het type speler dat achter zijn tegenstander aan blijft sleuren, hij laat zijn tegenstander juist achter hém aansleuren. Weten wat je gaat doen voordat je de bal ontvangt, ‘m in één beweging klaarleggen voor de volgende handeling en vervolgens met je linkervoet in de beweging van een lopende medespeler plaatsen. Alles gaat dan een seconde te snel voor de tegenstander, maar niet voor Özil. Dat is wat hij tot in de perfectie beheerst, maar het is niet meer het enige waarop hij nu nog kan teren in de voetbaltop. Als het niet loopt omdat de tegenstander uitstekend georganiseerd staat, dan mag een nummer tien als Özil niet meer een gehele wedstrijd lang onzichtbaar zijn. Dan moet hij het team op andere manieren proberen te helpen en dáár lijkt de drempel te liggen voor de middenvelder. Die extra arbeid, die verandering van zijn eigen speelwijze, daar heeft Özil geen trek in. Hij wil bij uitstek die stylist blijven, de frêle linkspoot die zo gemakkelijk voetbalt.
Door die houding lijkt Özil meer en meer vergeten te worden, maar ergens siert het hem. Hij is ooit begonnen met voetballen als hobby en bleek er gewoonweg uitzonderlijk veel talent voor te hebben. Ondanks alle critici, luxe sponsordeals en een prijskaartje van vijftig miljoen euro, blijft hij trouw aan de manier waarop hij zelf wil voetballen. Dat is niet arrogant, hooguit erg eigenwijs. Hij weigert mee te veranderen, vertrouwend op waar hij wél in uitblinkt. Of hij daarmee zijn eigen ruiten heeft ingegooid in het internationale topvoetbal? Mogelijk, ja. Misschien ook niet, als een trainer het aandurft om Özil weer te laten fungeren in de rol die bij hem past. Misschien niet bij Arsenal, misschien niet in de Premier League. Maar Özil blijft Özil, trouw aan zijn eigen invulling van de rol als ‘nummer tien’.