Onder de loep: Marcos Senesi

De een is lovend, de ander zeer kritisch. Hoe dan ook: Marcos Senesi staat in de schijnwerpers. Hij verdedigt spectaculair en hij scoort spectaculair, terwijl hij ‘slechts’ zeven miljoen euro kostte. Naar verluidt azen de grootste Europese clubs op zijn krabbeltje, maar hoe terecht zijn enerzijds de complimenten en anderzijds de commentaren eigenlijk? We nemen onze linksbenige Argentijn eens onder de loep.

De omhaal van Senesi tegen ADO Den Haag of zijn zondagsschot – of is het geen zondagsschot meer als hij elke maand aan de ‘doelpunt van de maand-verkiezing’ meedoet? – tegen Fortuna Sittard; het zijn twee prachtige doelpunten die de Feyenoordsupporter zich nog gemakkelijk voor de geest kan halen.

Senesi is een centrale verdediger, maar scoort doelpunten die eigenlijk toebehoren aan de stylisten op het veld. Aanvoerder Steven Berghuis grapte al meermaals dat hij Senesi rugnummer tien, zijn eigen rugnummer, had aangeboden. Senesi lacht vriendelijk en bijna verlegen wanneer hem de suggestie van Berghuis wordt voorgelegd. Zijn sympathieke houding en bijzondere doelpunten maken de verdediger tot een gewaardeerde medespeler in Rotterdam-Zuid.

Ook in balbezit van Feyenoord laat Senesi zich gelden. Hij dribbelt graag in en lost situaties meer dan eens op met een schijnbeweging of een klein wippertje over het uitgestoken been van een tegenstander. Zeker op zijn positie is dat riskant, maar vaak gaat het goed. En succesvol risico’s nemen, daar houden mensen van. Het toont lef, zelfvertrouwen én kunde. Het maakt echter ook blind voor het voetballende aspect dat niét altijd goed gaat: de lange pass. Senesi verstuurt er regelmatig een richting niemandsland. Hij dribbelt in, kijkt en speelt dan een halfhoge bal, meters naast een medespeler. Dat moet beter.

Maar: hoe sympathiek hij ook is, hoe wonderschoon de doelpunten ook mogen zijn en hoe opmerkelijk een mislukte pass soms ook oogt, uiteindelijk moeten verdedigers verdedigen. Senesi kan hard ingrijpen, ballen onderscheppen en slidings inzetten waarvan je je naderhand afvraagt of de tegenstander hem überhaupt zag aankomen. Vaak doet hij dat goed, maar helaas ook nét iets te regelmatig niet. Zijn afstandsknal tegen Fortuna Sittard was bijvoorbeeld de broodnodige gelijkmaker, omdat hij in de eerste minuut zijn directe tegenstander Zian Flemming wel heel gemakkelijk liet weglopen en scoren. Ook in de uitwedstrijd tegen Vitesse liet Senesi zich door Loïs Openda wel erg simpel passeren bij het enige doelpunt van de wedstrijd.

Het zijn slechts twee voorbeelden, maar een verdediger die gelinkt wordt aan de absolute top, mag zich in de Eredivisie eigenlijk niet zo laten misleiden. Het zijn momentjes van een iets mindere concentratie of van een verkeerde inschatting, die er met meer ervaring vast en zeker uit zullen gaan. Zijn soms no-nonsense verdedigende stijl en prachtige doelpunten maken Senesi tot een zeer gewilde speler, maar nog een jaar bij Feyenoord zou goed voor hem zijn. Meer ervaring opdoen, ondanks zijn nog altijd maar 23-jarige leeftijd uitgroeien tot een leider van de ploeg en de foutjes eruit, en dán is hij klaar voor de volgende stap: Europa veroveren.

Nicolai Jörgensen, de wanhoop nabij

Zijn eerste seizoen in Rotterdamse dienst was denderend. Scoren in de voorbereiding tegen Valencia bleek slechts een voorbode voor alles wat hij daarna nog zou aanraken. Met 21 doelpunten en 14 assists leverde hij in het seizoen 2016/2017 een aanzienlijke bijdrage aan het eerste landskampioenschap sinds 1999. Newcastle kwam met een miljoenenbond en werd afgewimpeld, gevolgd door een teleurstellend WK in 2018 en voortdurend blessureleed. Inmiddels vecht Jörgensen tegen zichzelf en alle critici, naarstig op zoek naar zijn bloedvorm van vier jaar geleden.

Hij werd gefileerd door Willem van Hanegem en ook de mannen aan tafel bij Fox Sports waren niet mild: als je vlak voor tijd gewisseld wordt en niets hebt laten zien, dan heb je geen recht om te reageren zoals Jörgensen deed. Trainer Dick Advocaat had na 84 minuten genoeg gezien van de Deense aanvaller tegen FC Utrecht en haalde hem eruit. Logisch, want Jörgensen had geen potten kunnen breken. Vervolgens reageerde Jörgensen verongelijkt, liep hij zonder gedag langs Advocaat en ging hij boos op zijn stoel in de dug-out zitten.

Terecht? Nee, accepteer je wissel wanneer je niets hebt klaargespeeld. Was het een logische reactie? Enigszins. Bij topsport hoort emotie en Advocaat begrijpt dat heel goed. Lieve jongen, zand erover, zo zei de hoofdtrainer direct na de wedstrijd. Jörgensen zit in de knoei met zichzelf, zijn lichaam en zijn vorm. Na aanhoudend blessureleed en een groot gebrek aan wedstrijdritme, kun je niet verwachten dat hij er meteen weer staat. Dat zouden toch juist de ‘experts’ en ex-profvoetballers bij Fox Sports moeten weten? Als er iemand is die op dit moment ongeduldig is, is het Jörgensen zelf wel.

Op een beetje begrip hoeft hij niet te rekenen, ook niet van een groot deel van de supporters. Hulde voor de mensen die hem steunden op de brug bij zijn appartement, want zoals Jörgensen zelf ook aangaf: dat was een van de mooiste momenten van zijn leven, af te lezen aan het kippenvel, de tranen en de brok in zijn keel. Hij wil zó graag presteren, maar het lukt niet. Dan is onvoorwaardelijke steun juist wat onze club mooi maakt én waar Jörgensen baat bij heeft. Of, in ieder geval, méér baat bij heeft dan elke mislukte wedstrijd of boze reactie uitvergroten, en nog eens uitvergroten, en nog eens uitvergroten. Want: Jörgensen zelf baalt nog wel het meest van zijn aanhoudende vormdip.

Natuurlijk moeten we kritisch zijn. We willen meedoen in de vaderlandse top, aanhaken bij het magnaat dat ze in de hoofdstad aan het vormen zijn. Een scorende spits is dan broodnodig. Is het Jörgensen niet? Dat kan, maar laat het dan in ieder geval niet aan ons gelegen hebben, aan de supporters die elke week harder beginnen te schreeuwen om zijn vertrek. Op zondagmiddag vloeken omdat hij de ballen niet vasthoudt, geen kopduels wint en niet scoort, dat mag. Balen van slechte prestaties en opgekropte frustraties, die mogen er op de wedstrijddag uit. Een dag later keur ik ze ook nog goed. Maar laten we daarna weer doen waar we supporter voor zijn: aanmoedigen!

Liverpool en de Klop(p)jacht op de titel

Soms valt alles op z’n plek. Niet altijd in één keer, maar geleidelijk aan beginnen de puzzelstukjes naadloos in elkaar te passen. Liverpool is zo’n puzzel die geleidelijk aan in elkaar is gevallen. The Reds moesten meerdere barrières overwinnen en klommen even zo vaak uit het dal. Maar nu, eenmaal aan de top, schittert Liverpool als weleer. Onder leiding van de razende en schreeuwende Duitse coach Jürgen Klopp jagen de spelers van Liverpool het hele veld over, als een stel stieren die overal hun eigen rode tenues zien hangen. Doelbewust en vastberaden op weg naar die ene grote droom: het eerste kampioenschap sinds het seizoen 1989/1990

“Steve Gerrard, Gerrard, he slipped on his f*cking a*se, he passed it to Demba Ba, Steve Gerrard, Gerrard…”

Pijnlijker wordt het niet voor de Liverpoolsupporter. The man, the myth, the legend en aanvoerder Steven Gerrard gleed uit in het duel met Chelsea. Demba Ba kon zo doorstomen richting de goal en schoot Liverpool’s titelambities aan flarden. The Reds stoomden niet meer af op de titel, maar lagen op ramkoers voor weer een seizoen zonder de gedroomde prijs. Ba knielde en kuste de grasmat van Liverpool, waarop hij zichzelf zojuist de boeken in had geschoten als de man die het slippertje van Steven Gerrard fataal maakte. Spelers duikelden over hem heen en gebalde vuisten staken in de lucht.

Ironisch genoeg zit in dit pijnlijke moment ook de huidige hoop van Liverpool verscholen. Want wie zien we daar, in een blauw Chelsea-shirt en met rugnummer vijftien, doelpuntenmaker Ba feliciteren? Zelf had hij vast ook niet meer gedacht dat hij jaren later nog zó’n grote rol zou vervullen in de stoutste dromen van de Liverpoolsupporters. We zien Mo Salah. De man die, toen nog als jochie, meemaakte hoe Liverpool wéér geen kampioen zou worden. Op het moment dat Demba Ba Anfield in rouw dompelde, is er een heilig vuur gaan branden bij de Egyptische God. Hij had gevoeld hoe Anfield in no-time transformeerde in een bokser die knock-out in de touwen hing. Het was een ijskoud en akelig gevoel dat Salah met zich meedroeg toen hij in Rome ging voetballen. Een gevoel dat hij nog steeds bij zich droeg toen hij in 2017, ruim drie jaar na de goal van Demba Ba, het shirt van The Reds om zijn schouders mocht hangen. Een gevoel dat er voor zorgde dat hij zichzelf vanaf minuut één bij Liverpool lanceerde als een raket. Week in, week uit pronkte zijn naam op de scoreformulieren. Hij steeg naar grote hoogten en nam Liverpool met zich mee.

Maar Salah kan het niet alleen. Hij hoeft het ook niet alleen te doen. Samen met Sadio Mané en Roberto Firmino vormt hij een werkelijk dodelijke voorhoede. Als Mané en Salah versnellen, met of zonder bal, zijn er slechts weinigen die hen bij kunnen houden. Firmino is met zijn overzicht en technische vaardigheden de perfecte hangende spits om de twee snelheidsduivels bij te staan en kan zelf ook nog eens een doelpunt maken. Ondersteund met middenvelders die de speelstijl van Klopp perfect begrijpen en de aanvallende backs voor wie de Duitse oefenmeester een plaatsje in zijn formatie heeft ingeruimd, is het huidige Liverpool bijzonder lastig te bestrijden. Tel daar ook de aanwezigheid van Virgil van Dijk bij op en je hebt een elftal dat op techniek, kracht, snelheid én tactisch inzicht tot de absolute top behoort. Een elftal dat eindelijk weer écht mee kan strijden om de prijzen.

Om de Premier League te winnen, moet echter eerst nog worden afgerekend met de grootste concurrent: het Manchester City van Pep Guardiola. Een ploeg die gemakkelijk met drie verschillende elftallen aan de aftrap kan verschijnen zonder dat er aan kwaliteit wordt ingeboet. Een ploeg die is samengesteld door simpelweg de beste spelers ter wereld op elke positie in te lijven. En een ploeg die, dat zal dan ook niet meer verbazen, record na record wist te breken op de Engelse velden. Kortom, een ploeg die normaliter héél weinig slippertjes maakt en een schier onaantastbare kampioenskandidaat is. Vorig seizoen kwam Liverpool akelig dichtbij. De manschappen van Klopp veroverden maar liefst 97 punten, maar helaas bemachtigde Manchester City precies één punt meer. Het feit dat een ploeg als Liverpool, die al zó lang wacht op een kampioenschap, zelfs met het uitzonderlijke aantal van 97 punten nog niet tot kampioen gekroond mag worden, voelt oneerlijk.

Maar eerlijk en oneerlijk tellen niet in de hoogste regionen van de Premier League en dus geven Klopp en zijn Liverpool niet op. Als 97 punten niet genoeg blijkt te zijn, dan moet de lat nóg hoger worden gelegd. Topsport van de hoogste plank, waarbij van iedereen het uiterste wordt gevraagd. Salah, Firmino en Mané moeten hun tegenstanders tot nóg meer waanzin drijven en van Dijk moet achterin nóg moeilijker te passeren zijn. Klopp lijkt erin te slagen om dat van zijn spelers te kunnen vragen. Elf gespeeld, tien gewonnen, één gelijk. En Manchester City? Dat heeft na elf wedstrijden zes punten minder gehaald dan the Reds. Het is nog vroeg in het seizoen, maar een simpele rekensom leert ons dat Liverpool aan het einde van de rit 107 punten heeft behaald wanneer het op dezelfde voet verder gaat. Zeven punten meer dan het recordaantal punten aller tijden, dat met honderd punten in de handen ligt van Manchester City. Gaan de troepen van Guardiola dit seizoen hun heerschappij dan eindelijk vaarwel zeggen, en hun record van honderd punten vergeven zien worden?

Het zou het laatste puzzelstukje vormen in de puzzel die Liverpool heet. Een complexe puzzel, waarvan de puzzelstukjes de laatste jaren zorgvuldig door Klopp aan elkaar zijn gelegd. Op de tribunes zal het “Steve Gerrard, Gerrard, he slipped on his f*cking a*se, he passed it to Demba Ba, Steve Gerrard, Gerrard…” langzaamaan vervagen. En Mo Salah, die als jongeling en als Chelsea-speler meemaakte hoe Liverpool wéér geen kampioen werd, zal er als volwassen man en als Liverpool-speler medeverantwoordelijk voor zijn dat Anfield wordt vervuld van geluk, in plaats van gedompeld in rouw.

Memorabele Feyenoordmomenten, deel II

“De overwinning hangt niet meer aan een draadje, hij hangt weer aan een kabel.” Toenmalig commentator Theo Reitsma sprak de zin akelig koelbloedig uit terwijl John Guidetti zojuist zijn krabbel zette onder een hattrick tegen Ajax. Gesigneerd, een 19-jarige Zweed die barstte van het zelfvertrouwen en zei wat hij dacht, maar óók een Zweed die daad bij woord voegde en zich daarom zijn houding kon veroorloven.

De bezoekers uit Amsterdam leidden met 0-1 toen Guidetti voor het eerst van zich deed spreken. Met de bal aan de voet drong hij het strafschopgebied van Ajax binnen, op weg naar het ontstaan van zijn heldenstatus. Jan Vertonghen zette een sliding in en Guidetti stortte ter aarde. Onterecht, bleek later uit de herhalingen. De Zweedse aanvaller stond op het been van Vertonghen, niet andersom. Toch zwaaiden zijn armen theatraal de lucht in, liet hij zich voorover vallen en wees Björn Kuipers resoluut naar de penaltystip. Een cadeautje dat Guidetti niet onuitgepakt liet. Sterker nog, hij scheurde het cadeaupapier er met zijn tanden vanaf. Vol overtuiging schoot hij de bal in de linkerkruising, langs de kansloze Kenneth Vermeer. Het was het begin van een bijzonder memorabele middag.

Guidetti had na zijn rake strafschop nog elf minuten nodig om zijn tweede doelpunt van de wedstrijd te maken. Bij een scrimmage in de Amsterdamse doelmond stond hij op de juiste plek en was hij het meest doortastend. In de eigen Kuip, met een 2-1 voorsprong op de aartsrivaal, liet hij de supporters dromen van de nieuwe Ove Kindvall. De Zweedse voormalige topscorer van Feyenoord was herboren in de vorm van John Guidetti. Men wist het zeker.

Toch werden de dromers op de tribune even ruw onderbroken door de invalbeurt van een zekere Dmitri Bulykin. Nadat Bakkal heel Rotterdam-Zuid nog had doen dansen van geluk met zijn doeltreffende schuiver in de verre hoek, besloot Ajax-spits Bulykin eens door te lopen op doelman Erwin Mulder. De keeper leek zeeën van tijd te hebben, maar werd overvallen door de Russische bonk spieren. Mulder trapte de bal tegen Bulykin aan, waarna het speeltuig de goal in caramboleerde. Het gezicht verborgen in het shirt, het hoofd naar beneden gebogen. Niet enkel bij Mulder, ook op de tribunes maakte het comfortabele gevoel van een 3-1 voorsprong plaats voor angst. Angst dat het draadje waaraan de voorsprong nu nog hing, zou knappen.

Met nog tien minuten op de klok wist men in de Kuip dat het een zeer, zeer, zeer spannende slotfase zou gaan worden. Het zal toch niet… De bezoekers uit Amsterdam roken het angstzweet dat zich langzaam meester maakte van de jonge equipe die trainer Ronald Koeman het veld in had gestuurd. Erwin Mulder, Bruno Martins Indi, Kelvin Leerdam, Miquel Nelom, Jordy Clasie, Kamohelo Mokotjo… wie zou hen behoeden voor de Amsterdamse storm die zij in de slotfase over zich heen zouden krijgen? Het antwoord leek in de sterren te staan geschreven. Supporters kregen een déjà vu naar een uur eerder, toen Guidetti zijn tweede van de middag had gemaakt en zij hadden gedroomd dat ze Kindvall weer zagen lopen. Die droom had even plaatsgemaakt voor angst door de Amsterdamse aansluitingstreffer, maar was nu weer springlevend. Want daar ging hij, afstevenend op de goal van de vijand. De pass van Mokotjo moest nog komen, maar het orakel dat de Kuip heette had al gesproken. Guidetti zou zijn hattrick completeren. In eigen huis, tegen de zo verafschuwde club uit de hoofdstad. Hij punterde de bal langs de uitgekomen Vermeer en bezegelde de overwinning. Een klinkende overwinning, welke volledig op het conto mocht worden geschreven van de brutale jongeman uit Zweden.

Guidetti kwam, zag en overwon. Hij overwon de scepsis ten opzichte van een goed resultaat tegen Ajax, de scepsis ten opzichte van zijn criticasters en de scepsis ten opzichte van de gehele ploeg die op dat moment het Feyenoordshirt om de schouders droeg. Hij overwon die bewuste zondagmiddag alles.

De val van Mesut Özil

De klassieke ‘nummer tien’, de spelmaker vóór de middenvelders die de spits van voldoende toevoer moet voorzien. Vaak een lust voor het oog, maar met uitsterven bedreigd. De honger naar de sublieme assist is vaak groter dan de honger naar een simpel doelpunt. Een stylist pur sang die niet gemaakt is voor het vuile werk en voor het veroveren van de bal, maar een speler die altijd denkt vanuit balbezit. Een lofzang voor én een kritische blik op de voetballer Mesut Özil.

Slechts weinig spelers van de huidige generatie beschikken over zo’n fijngevoelige linkervoet als Mesut Özil. Opgegroeid bij Schalke 04, volwassen geworden bij Werder Bremen, doorgestoten tot de wereldtop bij Real Madrid en vervolgens langzaamaan weggezakt bij Arsenal. Zijn linkervoet had hem al die tijd niet in de steek gelaten, zijn overzicht op het veld evenmin. Hij kroonde zich meerdere jaren achter elkaar tot dé assistkoning op de Europese velden. Bij Werder Bremen was hij in 108 wedstrijden goed voor liefst 55 assists, in zijn eerste jaar bij Real Madrid was hij zeventien maal de aangever bij een doelpunt. Enkel Lionel Messi wist hem dat seizoen met achttien assists voor te blijven. Bij Arsenal gaf hij in het seizoen 2015/2016 negentien keer een beslissende pass, het hoogste aantal van alle Premier League-spelers. Na dat seizoen daalde de productie van Özil en daarmee ook zijn speeltijd. Het voormalige toptalent uit Gelsenkirchen bleef voetballen zoals hij altijd al had gedaan, terwijl de voetbalwereld om hem heen al jarenlang aan het veranderen was.

Voetballers worden meer en meer geacht een echte atleet te zijn. Fysiek meer dan bovengemiddeld, met de conditionele inhoud om negentig minuten lang intensieve arbeid te verrichten. De backs moeten naar voren kunnen blijven rennen, vleugelaanvallers moeten mee terug blijven verdedigen en de middenvelders moeten de hele wedstrijd lang op en neer blijven pendelen tussen de beide strafschopgebieden. Een voetbalwedstrijd transformeert meer en meer in een fysieke uitputtingsslag, waarbij de bal met de voeten mag worden gespeeld. Zeker in de Engelse Premier League, het toneel waarop Mesut Özil er minder en minder aan te pas komt. De middenvelder is niet het type speler dat achter zijn tegenstander aan blijft sleuren, hij laat zijn tegenstander juist achter hém aansleuren. Weten wat je gaat doen voordat je de bal ontvangt, ‘m in één beweging klaarleggen voor de volgende handeling en vervolgens met je linkervoet in de beweging van een lopende medespeler plaatsen. Alles gaat dan een seconde te snel voor de tegenstander, maar niet voor Özil. Dat is wat hij tot in de perfectie beheerst, maar het is niet meer het enige waarop hij nu nog kan teren in de voetbaltop. Als het niet loopt omdat de tegenstander uitstekend georganiseerd staat, dan mag een nummer tien als Özil niet meer een gehele wedstrijd lang onzichtbaar zijn. Dan moet hij het team op andere manieren proberen te helpen en dáár lijkt de drempel te liggen voor de middenvelder. Die extra arbeid, die verandering van zijn eigen speelwijze, daar heeft Özil geen trek in. Hij wil bij uitstek die stylist blijven, de frêle linkspoot die zo gemakkelijk voetbalt.

Door die houding lijkt Özil meer en meer vergeten te worden, maar ergens siert het hem. Hij is ooit begonnen met voetballen als hobby en bleek er gewoonweg uitzonderlijk veel talent voor te hebben. Ondanks alle critici, luxe sponsordeals en een prijskaartje van vijftig miljoen euro, blijft hij trouw aan de manier waarop hij zelf wil voetballen. Dat is niet arrogant, hooguit erg eigenwijs. Hij weigert mee te veranderen, vertrouwend op waar hij wél in uitblinkt. Of hij daarmee zijn eigen ruiten heeft ingegooid in het internationale topvoetbal? Mogelijk, ja. Misschien ook niet, als een trainer het aandurft om Özil weer te laten fungeren in de rol die bij hem past. Misschien niet bij Arsenal, misschien niet in de Premier League. Maar Özil blijft Özil, trouw aan zijn eigen invulling van de rol als ‘nummer tien’.

De uitdaging van Jaap Stam

Jaap Stam staat voor een grote uitdaging. Feyenoord moet derde worden en het gat met PSV en Ajax moet kleiner zijn dan vorig seizoen. Om deze doelstellingen te behalen kreeg de nieuwbakken hoofdcoach echter een allesbehalve uitgebalanceerde, fitte selectie voor de kiezen. Een blik op de obstakels die Jaap Stam in zijn eerste weken zoal moest zien te overwinnen.

Om te beginnen vertrokken er enkele spelers die vorig jaar nog basisspeler waren onder Giovanni van Bronckhorst. De beste van hen allemaal, Robin van Persie, zette een punt achter zijn carrière. Jordy Clasie en Tonny Vilhena, twee vaste krachten op het middenveld, vertrokken naar respectievelijk AZ en FK Krasnodar. De rechtsbacks Cuco Martina en Jeremiah St. Juste sloegen de deur van de Kuip eveneens achter zich dicht. Daar komt bij dat Jaap Stam dit seizoen nog geen beroep heeft kunnen doen op Sven van Beek, Nicolai Jörgensen en Jens Toornstra, de al langer geblesseerden waarvan toch zeker de twee laatstgenoemden absoluut een meerwaarde zijn gebleken in de laatste seizoenen.

De spelers die wél in Rotterdam-Zuid bleven, waren niet allemaal in staat om Stam te overtuigen. De oefenmeester beschikte met Eric Botteghin en Jan-Arie van der Heijden over het centrale verdedigingsduo van het kampioensjaar. Botteghin, de echte mandekker, en Van der Heijden, de voetballende verdediger. Dat klinkt complementair, maar Stam trof een verdedigingsduo aan dat grossiert in angst om met ruimtes in de rug te voetballen. Dat complementeert elkaar niet, maar maakt elkaar juist zwakker. Daarbij moet Van der Heijden het ontgelden; hij mag op zoek naar een andere club. Botteghin daarentegen kreeg de aanvoerdersband om zijn arm. Op het middenveld heeft ook Yassin Ayoub nog altijd geen plekje bij de eerste elf weten te bemachtigen en dus mag ook hij uitzien naar een andere werkgever.

De vervanging die Jaap Stam in eerste instantie kreeg toegewezen, bestond uit een mix van transfervrije aankopen, huurlingen en jeugdspelers. De transfervrije aankopen en huurlingen luisterden naar de namen Nick Marsman, Rick Karsdorp, Leroy Fer en Luciano Narsingh. Marsman werd al te licht bevonden door FC Utrecht, Karsdorp kon zonder slag of stoot gehuurd worden van zijn club AS Roma en Fer en Narsingh liepen probleemloos gratis de deur uit bij Swansea City. Enkel doelman Marsman was vanaf dag één klaar om negentig minuten te spelen; de rest miste wedstrijdritme en zat nog in een opbouwende fase.

De jeugdspelers die onder Stam een kans kregen om zich in het eerste te laten zien, misten overduidelijk ervaring tegen de zwaardere jongens uit de Eredivisie. Orkun Kökcü lijkt de minste moeite te hebben om zich aan te passen aan het hoogste niveau, maar Dylan Vente, Naoufal Bannis en in mindere mate Wouter Burger hadden een jaartje in de Keuken Kampioen Divisie absoluut kunnen gebruiken. Het heeft Jaap Stam ertoe gedwongen om met wisselende elftallen te spelen en om spelers die vorig jaar niet of nauwelijks in beeld waren voor een basisplaats, alsnog een kans te geven. Zo mag Renato Tapia zichzelf ineens een vaste waarde noemen en krijgt vleugelspeler Luis Sinisterra aanzienlijk meer speelminuten dan het afgelopen seizoen.

Enkele weken na de aanstelling van Stam als hoofdtrainer van Feyenoord, en toen duidelijk was dat de Rotterdammers op veel posities nog wel een kwaliteitsinjectie konden gebruiken, arriveerde Miguel Edgar Ié in de Kuip: een centrale verdediger die in tegenstelling tot de huidige kandidaten wél over snelheid beschikt en daardoor hoger durft te verdedigen. Ook de komst van de Argentijnse linksbenige centrale verdediger Marcos Senesi is aanstaande, waarmee Jaap Stam zijn achterste linie na vijf speelrondes in de Eredivisie eindelijk vorm ziet krijgen.

In de voorste gelederen houdt het echter nog altijd niet over. Jörgensen ontbreekt dus nog altijd, Bannis kan bij zijn invalbeurten nog geen potten breken en Vente blijkt vooralsnog tekort te komen, waardoor hij is verhuurd aan RKC Waalwijk. Stam moet dus puzzelen met de invulling van de spitspositie. Een experiment met Narsingh als valse nummer negen kon op weinig complimenten rekenen. Terecht, want Narsingh is een buitenspeler pur sang, maar het geeft eens te meer aan dat Stam met beperkte middelen moet werken. Berghuis vulde de rol relatief een stuk beter in, maar ook dat lijkt geen oplossing voor de lange termijn. Hoewel de kritiek aanzwelt, rest Stam niks anders dan hopen op een spoedig herstel van zijn beoogde targetman, Jörgensen.

Ondanks alle tegenslagen die Stam in zijn eerste periode als trainer van Feyenoord kent, wist hij zijn manschappen overtuigend naar de groepsfase van de Europa League te leiden met thuis- en uitzeges op zowel Dinamo Tbilisi en Hapoel Beer Sheva. Ook boekte Feyenoord afgelopen weekeinde tegen Willem II haar eerste competitiezege, na drie eerdere gelijke spelen. Met de toekomstige rentree van Toornstra en Jörgensen én de komst van de nieuwe verdedigers lijken de puzzelstukjes in Rotterdam-Zuid, weliswaar erg langzaam, weer op hun plaats te gaan vallen na een aantal zeer stroperig verlopen eerste weken. En pas dan, als de puzzelstukjes op hun plaats liggen, mag Jaap Stam beoordeeld en indien nodig bekritiseerd worden. Voor nu geldt dat de hoofdtrainer alles doet om resultaten neer te zetten en de Rotterdammers op die manier door een lastige beginfase heen te loodsen.

De pro’s en cons van Steven Berghuis

De bal wordt richting de rechterkant van het veld gestuurd. Daar, aan de zijlijn geplakt, wacht Steven Berghuis. Met de onderkant van zijn linkervoet neemt hij de bal aan en draait hij richting de goal van de tegenstander. Terwijl hij de bal naar voren drijft wordt de Kuip iets luidruchtiger: het Legioen weet wat er kan gebeuren wanneer Berghuis de bal ontvangt. De vleugelaanvaller leeft voor aanvallend voetbal en zal nooit een bal níet geven wegens het risico op balverlies. Berghuis mag dat, want in de Kuip weten ze wat ze ervoor terugkrijgen: 18 doelpunten en 14 assists in het seizoen 2017/2018, 12 doelpunten en 12 assists in het seizoen 2018/2019. Geen misselijke score voor een buitenspeler.

De afgelopen seizoenen toonde Berghuis zich een frivole, sierlijke voetballer met een gezegend linkerbeen die dus niet alleen leuk een balletje kan trappen, maar ook rendement aan zijn speelstijl wist te koppelen. In zijn laatste jaar bij AZ liep de linkspoot één op twee, waarmee hij al aantoonde ook op het hoogste niveau te kunnen scoren. De afgelopen twee jaren zette hij deze vorm voort, na een mislukt avontuur bij het Engelse Watford. In dit mislukte avontuur schuilt ook meteen het grote vraagstuk omtrent Berghuis: is de rechtsbuiten goed genoeg voor het buitenland? Hij is inmiddels 27 jaar en heeft bewezen dat hij tot de beste spelers van de Eredivisie behoort. Echter is de laatste jaren helaas te vaak gebleken dat goede prestaties in de Eredivisie geen garantie bieden voor een succesvolle buitenlandse carrière. Wat zijn de sterke punten van Berghuis waarmee hij zich ook in het buitenland kan onderscheiden, en wat zijn de minder sterke punten van de buitenspeler die hem op zouden kunnen breken?

De pro’s van Berghuis

Traptechniek

Berghuis beschikt over een ontzettend goede trap in zijn linkerbeen. In de buurt van de vijandelijke goal is dat dodelijk, want wanneer hij tijd krijgt om aan te leggen en een hoek uit te kiezen is het vaak doeltreffend. Natuurlijk krijgt hij in de Eredivisie meer tijd en zijn de keepers van een minder hoog niveau, maar met zijn linkerbeen kan Berghuis ook in buitenlandse competities ongetwijfeld voor gevaar zorgen.

Inzicht

De rechtsbuiten beschikt over een uitstekend oog voor bewegende spelers. Diepgang bij middenvelders en opkomende backs wordt vrijwel altijd opgemerkt en ook zelden genegeerd. Indien er te weinig beweging is bij zijn medespelers, kiest Berghuis ervoor om de spits in te spelen en vervolgens zelf de loopactie te maken. Hoe dan ook, wanneer Berghuis aan de bal is, ontstaat er dreiging.

Rendement

Zoals gezegd beleefde Berghuis cijfermatig twee erg goede seizoenen. Een buitenspeler die twee jaar op rij betrokken is bij respectievelijk 32 en 24 doelpunten in de competitie, mag tevreden terugkijken. Daar komt bij dat Berghuis niet de vaste strafschoppennemer is van Feyenoord; afgelopen seizoen scoorde hij er twee, de jaargang daarvoor niet één.

De cons van Berghuis

Wisselvalligheid

De 12 doelpunten en 12 assists van het recente seizoen klinken dus mooi, maar verbloemen ook een hoop. In een seizoen waarin Feyenoord al vroeg knock-out werd geslagen op het Europese toneel en in de titelrace, wist ook Berghuis zich niet te onttrekken aan het soms teleurstellende niveau. De vleugelspeler leed teveel balverlies, zowel in zijn passing als in zijn dribbels, en wist het team ondanks zijn kwaliteiten en ervaring niet op sleeptouw te nemen.

Houding

Berghuis kan soms erg geïrriteerd overkomen. Richting medespelers uit zich dat in misgebaren en een verongelijkte blik, kortom: een houding waarmee hij uitstraalt weinig tot geen respect voor de ander te hebben wanneer diegene niet doet wat Berghuis in gedachten had. Ook op de training waren er een paar akkefietjes die de media haalden, zoals de totaal onnodige schop die Berghuis uitdeelde aan Sven van Beek. Onprofessioneel en kinderachtig.

Fysiek

Wanneer we beoordelen of een speler het gaat redden in het buitenland, spelen naast zijn voetbaltechnische kwaliteiten ook zijn fysieke capaciteiten een rol. Vooropgesteld is Berghuis zelden geblesseerd en vrijwel altijd in staat om de negentig minuten vol te maken. Van de andere kant is Berghuis niet de snelste buitenspeler en is hij ook geen voetballer die het moeten hebben van zijn kracht.

Al met al zou Berghuis in voetbaltechnisch opzicht in staat moeten zijn om een buitenlands avontuur tot een succes te promoveren. Zaken als zijn wisselvalligheid, zijn houding en zijn middelmatige fysieke capaciteiten kunnen absoluut een obstakel vormen, maar deze zijn grotendeels te beperken wanneer hij speelt in een voetballende, dominante ploeg die zoveel mogelijk de bal in haar bezit wil hebben. Bij een dergelijke spelopvatting gedijt Berghuis simpelweg het best en etaleert hij het gemakkelijkst zijn klasse. De Europese top is te hoog gegrepen voor de buitenspeler, maar een subtopper in een mooie competitie zou best nog wel eens profijt kunnen hebben van de fijnbesnaarde linkspoot.

Memorabele Feyenoordmomenten, deel I

We schrijven het seizoen 2014/2015. Feyenoord maakt zich op voor de beslissende play-offwedstrijd waarmee het de groepsfase van de Europa League kan bereiken. Een week eerder was de uitwedstrijd tegen Zorya Luhansk in een 1-1 gelijkspel geëindigd en dus diende de klus in de eigen Kuip afgemaakt te worden. Een avond die glorieus begon en glorieus werd afgesloten, maar die even gitzwart leek te eindigen. De Kuip vloekte collectief en onophoudend, totdat een van de meest onvoorspelbare spelers uit de toenmalige selectie opstond: Elvis Manu, vereeuwigd als de beul van Zorya Luhansk.

De wedstrijd startte voortvarend voor de ploeg van Fred Rutten. Na ruim een kwartier ramde Mitchell te Vrede de bal achter doelman Sjevtsjenko en nog binnen het halfuur maakte Ruben Schaken de tweede Rotterdamse treffer. Rotterdam-Zuid lachte en zag de Europa League steeds dichterbij komen, zeker toen de Oekraïners vlak na de rust met een eigen doelpunt voor de 3-0 tekenden. Feyenoord zou Feyenoord echter niet zijn als de wedstrijd niet meer spannend gemaakt zou worden en het publiek kreeg dan ook waar het bang voor was: Zorya Luhansk kwam via twee dode spelmomenten terug tot 3-2 en tien minuten voor tijd wist de ploeg met een schot van geruime afstand zelfs hun derde treffer in de Kuip te noteren. Het Legioen tierde, schold en vreesde. Een uitschakeling was akelig dichtbij. Feyenoord opende de jacht op de winnende vierde treffer, met de ingevallen Anass Achahbar en Elvis Manu binnen de lijnen. Een vloedgolf van ontlading was in de maak, met dank aan de twee jeugdexponenten.

De blessuretijd tikte weg in het nadeel van Feyenoord. De supporters schreeuwden en persten het laatste beetje hoop uit hun stembanden. Achahbar ontving de bal, halverwege de helft van Zorya Luhansk. Iedereen verwachtte dat de bal de zestien in gepompt zou worden, zoals het afgelopen kwartier non-stop het devies was geweest. Achahbar koos echter voor een strakke inspeelpass op Manu, die zich in het strafschopgebied van de tegenstander bevond. Bij de aanname van de vleugelaanvaller sprong de bal omhoog, maar hij bleef in balbezit. Met zijn rug naar de goal toe en omringd door drie verdedigers zag de situatie er nog niet erg kansrijk uit, maar Manu draaide om zijn as, frommelde zich langs zijn tegenstanders en passeerde de Oekraïense doelman. Gekkenhuis. Een compleet gekkenhuis. Mensen vlogen over elkaar heen, knuffelden alles en iedereen en zaten onder het bier. Rotterdam-Zuid stond volledig op z’n kop, want zojuist geschiedde hetgeen waar niemand meer écht in geloofde.

Manu rende met ontbloot bovenlijf langs de tribunes. Hij was even de koning van de Kuip, zoals hij zich toe liet juichen door tienduizenden uitzinnige supporters. Feyenoord was dankzij hem door het oog van de naald gekropen en dat wist hij dondersgoed.

Andrés Iniesta en zijn eigen spelletje

Hij danste, dirigeerde en omspeelde, maar bovenal genoot hij. Hij genoot intens van de bal aan zijn voet, het zoeken naar de oplossing en het vinden van de weg naar de goal. Andrés Iniesta was een artiest pur sang, een artiest op voetbalschoenen en met een rood-blauw shirt wapperend om zijn schouders. Als je het op fysieke kracht niet wint, moet je zorgen dat je je tegenstander op een ander vlak de baas bent. En dat deed Andrés. Op techniek, gevoel, intelligentie en handelingssnelheid was de kleine middenvelder zijn grote opponenten jarenlang een stapje voor. Samen met zijn compagnons Xavi en Busquets was Andrés een van de belangrijkste radartjes in het tiki-taka netwerk waarmee FC Barcelona haar tegenstanders tot waanzin dreef. Tik, tak, tik, de bal ging razendsnel van voet naar voet. Want dat kon de stille Andrés als geen ander, spreken met zijn voeten. Voetbalfans gaan staan voor de doelpunten van Messi en Ronaldo, maar de schoonheid die Iniesta in zijn spel legde doet daar niet voor onder. De manier waarop hij passeerde en in moeilijke situaties áltijd de goed oplossing vond, is een kunstvorm op zichzelf.

Dit is een laatste ode aan Andrés, die FC Barcelona na dit seizoen verlaat. Hij dompelde Oranje in rouw door in 2010 de WK-finale in het voordeel van Spanje te beslissen, maar niet veel mensen lijken de kleine middenvelder dat nog kwalijk te nemen. Met zijn bescheiden persoonlijkheid en sierlijke voetbalstijl dwong Andrés simpelweg te veel waardering en bewondering af. De befaamde ‘la croqueta’, de passeerbeweging waarmee Michael Laudrup zijn tegenstanders destijds als lantaarnpalen omspeelde, voerde Andrés tot in de perfectie uit. Schitterend, magistraal. Alles wat Andrés deed leek in een tempoversnelling te gebeuren, of de tegenstanders leken juist ineens in slow motion te bewegen. Hij onttrok zich aan de chaos van rennende, tackelende, strijdende en ploeterende mannen door zijn eigen spelletje te spelen. Een ongeëvenaard spelletje waar Andrés absoluut de beste in was.

Tekenend voor Andrés was het prachtige moment, lang na het laatste fluitsignaal van zijn laatste wedstrijd voor Barça, waarop hij moederziel alleen op de middenstip om zich heen zat te kijken. In zijn Camp Nou, waar hij jarenlang over het veld dartelde, waar nauwelijks licht meer brandde en nog slechts een handvol medewerkers aanwezig waren. Hij moet de behoefte hebben gehad om ook in stilte en voor zichzelf nog even afscheid te kunnen nemen van zijn podium, in plaats van voor honderdduizend uitzinnige supporters. Nog één keer nam hij alles goed in zich op, want alleen zo kon Andrés zijn carrière bij FC Barcelona afsluiten. Op zijn eigen manier en anders dan de anderen. Precies als de manier waarop Andrés voetbalde en ons liet meegenieten.

De aankopen van Feyenoord langs de meetlat

Na een onovertrefbaar seizoen waarin het kampioenschap werd behaald en Dirk Kuyt zijn eigen droom schreef, is het daaropvolgende seizoen inmiddels al weer twaalf speelrondes oud. Vooralsnog lijkt Feyenoord nu al bezig aan een verloren jaargang, met een achterstand van veertien punten op koploper PSV. Het vertrek van aanvoerder Dirk Kuyt, evenals dat van sterkhouders Kongolo, Karsdorp en Elia, is in dat opzicht niet te verwaarlozen. Technisch directeur Martin van Geel haalde wel een aantal aankopen naar de Kuip, maar hoe presteren zij eigenlijk? Nu het seizoen voor een kwart onderweg is, is het tijd voor een eerste beoordeling.

Kevin Diks: de rechtsback kan inmiddels al weinig meer goed in de ogen van de Rotterdamse supporters en oogt sinds zijn eerste optreden onzeker. Hij maakt niet de juiste keuzes en toont vooralsnog niet aan te beschikken over de verdedigende dan wel de aanvallende kwaliteiten die gevraagd worden van een rechtsback van Feyenoord.

Beoordeling: 4

Ridgeciano Haps: de van AZ overgekomen linksback presteert redelijk en onderdrukt zelden de neiging om mee ten aanval te trekken. Zijn snelheid en uithoudingsvermogen verklaren zijn aanvalslust, maar erg effectief is het nog niet geweest. Desondanks zal zijn drang naar voren vermoedelijk nog wel zijn vruchten gaan afwerpen.

Beoordeling: 6

Jeremiah St. Juste: hij is fel in de duels, toont lef en kan situaties voetballend oplossen, maar heeft bijna wekelijks een andere collega naast zich staan. Dat is uiteraard lastig voor een jonge verdediger, maar hij blijft knap zijn eigen spelletje spelen. Door blessures van Botteghin en van der Heijden heeft hij inmiddels een basisplaats in het elftal van Van Bronckhorst.

Beoordeling: 6,5

Sofyan Amrabat: de middenvelder is erg sterk aan de bal, voetbalt graag vooruit en is de zelfverzekerdheid zelve. Na een aantal goede optredens leek hij hierin zelfs iets door te slaan, met ongelukkig balverlies en twee belangrijke tegendoelpunten van Ajax en Shakhtar Donetsk tot gevolg. Hij zal er ongetwijfeld van geleerd hebben en hij is ook ongetwijfeld een aankoop waaraan in de Kuip nog veel plezier beleefd zal worden, maar hij lijkt de laatste wedstrijden te delen in de malaise.

Beoordeling: 6,5

Sam Larsson: de dribbelaar zoekt waar mogelijk altijd de oplossing vooruit en heeft veel oog voor bewegende mensen, maar schroomt het ook zeker niet om zelf voor het doelpunt te gaan. Met zijn dreiging is hij een vooralsnog een goede aanwinst voor de Rotterdammers, die bij meer speeltijd ongetwijfeld nog veel plezier gaat opleveren.

Beoordeling: 6,5

Jean-Paul Boëtius: de terugkeer van de vleugelflitser begon vrij aardig, maar de laatste wedstrijden werd hij meermaals gepasseerd ten faveure van Larsson. Boëtius komt momenteel geen man voorbij en zorgt voor weinig dreiging. Hij zal naarstig op zoek moeten naar de vorm uit zijn beginperiode bij Feyenoord, voordat Larsson hem definitief voorbijstreeft in de pikorde. De buitenspeler heeft de kwaliteiten, maar ze komen er niet meer uit.

Beoordeling: 4,5