De een is lovend, de ander zeer kritisch. Hoe dan ook: Marcos Senesi staat in de schijnwerpers. Hij verdedigt spectaculair en hij scoort spectaculair, terwijl hij ‘slechts’ zeven miljoen euro kostte. Naar verluidt azen de grootste Europese clubs op zijn krabbeltje, maar hoe terecht zijn enerzijds de complimenten en anderzijds de commentaren eigenlijk? We nemen onze linksbenige Argentijn eens onder de loep.
De omhaal van Senesi tegen ADO Den Haag of zijn zondagsschot – of is het geen zondagsschot meer als hij elke maand aan de ‘doelpunt van de maand-verkiezing’ meedoet? – tegen Fortuna Sittard; het zijn twee prachtige doelpunten die de Feyenoordsupporter zich nog gemakkelijk voor de geest kan halen.
Senesi is een centrale verdediger, maar scoort doelpunten die eigenlijk toebehoren aan de stylisten op het veld. Aanvoerder Steven Berghuis grapte al meermaals dat hij Senesi rugnummer tien, zijn eigen rugnummer, had aangeboden. Senesi lacht vriendelijk en bijna verlegen wanneer hem de suggestie van Berghuis wordt voorgelegd. Zijn sympathieke houding en bijzondere doelpunten maken de verdediger tot een gewaardeerde medespeler in Rotterdam-Zuid.
Ook in balbezit van Feyenoord laat Senesi zich gelden. Hij dribbelt graag in en lost situaties meer dan eens op met een schijnbeweging of een klein wippertje over het uitgestoken been van een tegenstander. Zeker op zijn positie is dat riskant, maar vaak gaat het goed. En succesvol risico’s nemen, daar houden mensen van. Het toont lef, zelfvertrouwen én kunde. Het maakt echter ook blind voor het voetballende aspect dat niét altijd goed gaat: de lange pass. Senesi verstuurt er regelmatig een richting niemandsland. Hij dribbelt in, kijkt en speelt dan een halfhoge bal, meters naast een medespeler. Dat moet beter.
Maar: hoe sympathiek hij ook is, hoe wonderschoon de doelpunten ook mogen zijn en hoe opmerkelijk een mislukte pass soms ook oogt, uiteindelijk moeten verdedigers verdedigen. Senesi kan hard ingrijpen, ballen onderscheppen en slidings inzetten waarvan je je naderhand afvraagt of de tegenstander hem überhaupt zag aankomen. Vaak doet hij dat goed, maar helaas ook nét iets te regelmatig niet. Zijn afstandsknal tegen Fortuna Sittard was bijvoorbeeld de broodnodige gelijkmaker, omdat hij in de eerste minuut zijn directe tegenstander Zian Flemming wel heel gemakkelijk liet weglopen en scoren. Ook in de uitwedstrijd tegen Vitesse liet Senesi zich door Loïs Openda wel erg simpel passeren bij het enige doelpunt van de wedstrijd.
Het zijn slechts twee voorbeelden, maar een verdediger die gelinkt wordt aan de absolute top, mag zich in de Eredivisie eigenlijk niet zo laten misleiden. Het zijn momentjes van een iets mindere concentratie of van een verkeerde inschatting, die er met meer ervaring vast en zeker uit zullen gaan. Zijn soms no-nonsense verdedigende stijl en prachtige doelpunten maken Senesi tot een zeer gewilde speler, maar nog een jaar bij Feyenoord zou goed voor hem zijn. Meer ervaring opdoen, ondanks zijn nog altijd maar 23-jarige leeftijd uitgroeien tot een leider van de ploeg en de foutjes eruit, en dán is hij klaar voor de volgende stap: Europa veroveren.